De stille revolutie van de pedagogisch begeleider

Standaard

Wie vandaag nog met nostalgie terugdenkt aan de pedagogische begeleider van “vroeger”, ziet misschien een figuur voor zich die, gewapend met werkvormen, handleidingen en een flinke dosis discretie, het onderwijslandschap binnenstapte als een dienende schaduw: aanwezig, maar op de achtergrond; steunend, maar nooit leidend. We spraken toen over ‘procesbegeleiders’, alsof het enkel om het stroomlijnen van gesprekken ging en het bewaken van de voorzichtigheid om de relatie en het draagvlak gaaf te houden. Maar die tijden lijken stilaan voorbij. De pedagogische begeleiding ondergaat een stille, maar diepgaande metamorfose. Niet als modieuze make-over, maar als noodzakelijke reactie op een onderwijssamenleving in transitie. Net zoals zovele andere functies in een snel veranderende context.

De begeleidingscontext verandert mee

Wie vandaag in het onderwijsveld staat, merkt het onmiddellijk: de klas is geen homogene cocon meer, maar een spiegel van de samenleving: divers, uitdagend en spannend. Leerkrachten botsen op vragen die niet meer louter pedagogisch zijn, maar ook moreel, politiek en existentieel. Schoolteams vragen begeleiding bij hervormingen die – rekening houdend met maatschappelijke verwachtingen – niet zomaar te ‘implementeren’ vallen. Ouders zijn mondiger, het maatschappelijke debat is verhard, de werkdruk neemt toe, en het vertrouwen in het systeem staat onder druk.

Ook in het werk van de pedagogisch begeleider is die verschuiving goed merkbaar. De begeleider komt in die context niet meer weg met enkel en alleen het begeleiden van ’het proces’. Te vaak is het proces zelf een slagveld, al dan niet door voorgaande (niet-geslaagde) verandertrajecten en een portie verandermoeheid. Voorzichtigheid – om zo iedereen aan boord te houden – klinkt dan wel mooi, maar werkt verlammend als het gelijk verdeeld moet worden over onverenigbare standpunten.

De stille kracht van een begeleider

Nog niet zo lang geleden betekende begeleiding van werk- en samenwerkingsprocessen het overzichtelijk bijeenbrengen van plannen en zienswijzen om zo tot een gezamenlijk oplossing te komen. Hier waren allerlei interventies voorhanden die te leren waren en uit te voeren. Er was een tijd — en ik zeg dit zonder enige ironie — waarin het volstond dat de pedagogisch begeleider ‘een goede werkvorm’ aanreikte. De begeleider was facilitator van dialoog, organisator van denkoefeningen en begeleider van zelfreflectie. De stijl was terughoudend, de inbreng zacht. Er was een bijna rituele afwezigheid van standpunt of richting om het eigenaarschap toch maar niet naar zich toe te trekken. Vandaag de dag is die gereserveerde opstelling niet meer houdbaar. Het werkte in een tijd waarin schoolteams nog relatief homogeen waren, waarin de snelheid van verandering lager lag, en waarin consensus nog een haalbare ambitie was. Maar die tijd is (ook) voorbij.

Emotie- en conflictvaardigheid

Wie vandaag begeleiding geeft in scholen, weet dat het zelden nog gaat over louter rationele analyses of technische oplossingen. Scenario’s en ideeën zijn tegenwoordig vaak stellige meningen en standpunten waarachter grote en soms heftige emoties schuilgaan. De arena is niet alleen maar rationeel, het is ook emotioneler en persoonlijker geworden. Wat op tafel ligt zijn emoties, waarden en overtuigingen. Leiderschap en schoolcultuur en niet zelden ook trauma’s in de schoolcultuur. Leerkrachten die de moed verliezen, directies die geïsoleerd staan, teams die intern verdeeld zijn …

In die context wordt het vermogen om emotionele en relationele dynamieken te herkennen, erkennen en kanaliseren, een sleutelvaardigheid. De begeleider die de patronen niet opmerkt, mist het halve verhaal. Tegelijk mag de emotie het proces niet gijzelen. Emotionele intelligentie betekent net: de kracht vinden om emoties ruimte te geven zonder dat ze de agenda overnemen. Enkel het proces begeleiden is niet meer voldoende. Er is richting nodig, emotiemanagement en in sommige gevallen conflictbeheersing.

Door de veelkleurigheid van meningen en emoties tussen groepen, teams en individuen ontstaat er soms een verlamming om te bewegen. Er is steeds meer behoefte aan belangenvrije en duidelijke sturing die kan leiden tot een volgende stap in het proces. Zo’n stap kan klein zijn: een gesprek dat hervat wordt, het feit dat men met stakeholders gaat praten of het tijdelijk verwijderen van ‘de steen des aanstoots’.. 

Emoties spelen een steeds belangrijkere rol. Ze moeten serieus genomen worden en er moet rekening mee gehouden worden in beslissingsprocessen, zonder dat ze de overhand mogen krijgen. Het begeleiden van een proces vraagt om een zorgvuldige balans tussen emoties, inhoud en het proces zelf. De begeleider van vandaag laveert dus tussen openheid en begrenzing, tussen verbinding en richting. Dat is geen kunstje, maar een echt vak, het métier van pedagogische begeleiding. Het is een ambacht dat vraagt om persoonlijke ontwikkeling, zelfreflectie en relationele slagkracht.

De begeleider is richtinggevend en relationeel sterk

Het is dus niet langer voldoende om het proces te bewaken alsof het een heilige graal is. Nee, een pedagogisch begeleider moet mee richting bepalen, conflict durven benoemen omgaan met spanning en weerstand, en tegelijk verbinding maken, perspectief schetsen, en – vanuit visie – gedragenheid opbouwen.

Pedagogische begeleiders zijn niet louter ‘procesbegeleiders’, maar zitten op de wip en zijn weldra ‘procesleiders’. Of misschien spreken we beter over een begeleider als “decision coach”: iemand die mee besluitvorming mogelijk maakt in complexe, gevoelige situaties, zonder zelf het besluit te nemen. Iemand die helpt om knopen te ontwarren waar het stroef loopt, in de plaats van ze door te hakken (want dan heb je 2 touwen om aan te trekken i.p.v. één zeel). Een pedagogisch begeleider is iemand die het onuitgesprokene benoemt, die de kracht heeft om mensen te begeleiden in verbinding, voorbij de comfortzone. Iemand die mensen ondersteunt bij het vinden van een gemeenschappelijke basis in moeilijke gesprekken over controversiële onderwerpen. Deze verandering is  geen modieuze opwaardering van een rol. Het is een noodzakelijke herschikking van verantwoordelijkheden in een veld dat vraagt om moed, visie en richting.

Echte leiders zijn ze evenwel niet. Maar ze worden wel ingezet om heikele kwesties te doorbreken, te kanaliseren en te stroomlijnen. Soms tot aan de voordeur van ‘het heilige huisje’. Voor mij is dat het bijzondere van deze rol. In het heetst van de strijd, te staan voor de mensen, voor het thema en voor het proces.

Samenhang creëren in een verdeeld speelveld met soms polariserende overtuigingen over goed onderwijs, is een belangrijke bijdrage van de procesleider. Het grotere ‘plaatje’ schetsen, de urgentie achter de stappen melden, het benadrukken van de overeenkomsten en het zoeken naar de menselijke maat. Dat zijn aspecten die de procesleider bewust heeft in te zetten om de boel bij elkaar te houden en het vasthouden aan het eigen gelijk tegen te gaan. 

Het is onmogelijk voor een pedagogisch begeleider om daarbij zijn/haar mens-zijn af te leggen aan de ingang van de schoolpoort. Alsof je geen waarden vertegenwoordigt, geen keuzes maakt, geen invloed uitoefent, geen zingeving nastreeft … Wat vandaag nodig is, is niet minder maar méér menselijkheid: bewuste, professionele, doorleefde menselijkheid. De begeleider die zijn of haar eigen overtuigingen kent (zelfkennis is teken van maturiteit), en tegelijk in staat is om ruimte te laten voor het anders-zijn van de ander en daarmee het verschil toelaat. Die eigen emoties beheerst zonder ze te onderdrukken, en die de spanning aankan van ‘niet-weten’ en ‘niet-gecontroleerd’. We zijn niet op zoek naar professionals zonder gezicht, maar naar procesleiders die hun professionaliteit verankeren in hun persoon.

Van werkvorm naar waarde

Wat vroeger een succesvolle begeleiding maakte, volstaat niet meer. De impact van pedagogische begeleiding wordt vandaag gemeten aan de mate waarin ze wezenlijke verandering (tot op de klasvloer) mogelijk maakt. Dat betekent: verschil maken in de manier waarop teams op school worden gevormd en samenwerken. In de manier waarop beslissingen genomen worden. In de mate waarin een schoolteam eigenaarschap ontwikkelt en vertrouwen wint in zichzelf en elkaar. In hoe ze omgaan met conflict, diversiteit, onzekerheid … De begeleider van vandaag draagt waarden mee: vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid, moed, verbinding. Die waarden worden niet gepredikt, maar geleefd — in de manier waarop men aanwezig is, luistert, kadert, confronteert en teruggeeft.

De pedagogisch begeleider als systeemdenker

Misschien is dit wel de grootste shift: de pedagogisch begeleider is geen losstaande (vak)expert meer, maar een integrale systeemdenker. Iemand die begrijpt dat individuele problemen vaak symptomen zijn van bredere systeemdynamieken. Iemand die vanuit een geïntegreerde blik kijkt naar alle bouwstenen van de goestingstempel en beseft dat ze allen met elkaar verbonden zijn. Dat weerstand bij verandering niet het probleem is, maar een signaal. Dat gedrag altijd in een context zit. In die zin komt procesbegeleiding steeds dichter bij systeemgericht coachen. Niet als methodiek, maar als manier om te kijken, om te luisteren, om te interveniëren. Begeleiding wordt zo een zaak van relationele intelligentie, moreel kompas en strategisch inzicht.

Scholen zitten middenin complexe hervormingen: van leerplanvernieuwingen over zorgbeleid tot brede evaluatiedebatten over onderwijskwaliteit. De verwachtingen zijn torenhoog, de ondersteuning vaak (te) beperkt. De pedagogisch begeleider van vandaag kan daar niet langer op reageren met ‘wat uitleg en een goede werkvorm’. Wat nodig is, is iemand die mee visie ontwikkelt, samen met het team. Die kan schakelen tussen beleidsniveau en klaspraktijk. Die draagvlak creëert, niet door te ‘pleasen’, maar door te verdiepen. Ik geloof dat Vlaanderen vandaag meer dan ooit nood heeft aan pedagogische begeleiders die kunnen ‘staan’ in de storm, in het spagaat, in het niet-weten. En die tegelijk het proces niet loslaten, de richting blijven bewaken en de hoop voeden. Niet als een procesbewaker, maar als procesdrager.

Nieuwe functies worden geboren en bestaande evolueren ten gevolge van externe ontwikkelingen. Misschien is het tijd om afscheid te nemen van het woord ‘pedagogisch (proces)begeleider’. Niet omdat het fout is, maar omdat het te klein is geworden. Omdat het de lading niet meer dekt. De pedagogische (proces)begeleider van nu is niet langer een dienende facilitator, maar een onafhankelijke sturende procesleider geworden. Iemand die richting geeft en samenhang smeedt tussen de ‘elementen’ die lijken te ontbreken in een verbrokkelende arena. Iemand die ruimte biedt aan emoties en het vraagstuk actief meedraagt naar de volgende fase. Laat ons spreken over ‘pedagogische procesleider’. Of over ‘educatieve contextcoach’. Of gewoon over ‘mensen die mee verantwoordelijkheid dragen voor leren, veranderen en samenleven’. Hoe we het ook noemen, de essentie blijft: we hebben mensen nodig die een plek durven innemen. Niet boven de groep, niet naast de groep, maar in het midden van het gesprek, als spiegel, als kompas, als medemens. En wie weet is dat precies wat de scholen vandaag het meest nodig hebben …