Hoe scholen het VOCA-tijdperk kunnen overleven

Standaard

Complexe uitdagingen vragen genuanceerde antwoorden

Ik ben een fervent volger van het nieuws. Ervaar jij ook veel turbulentie? De aarde en de wereld zijn ziek en hebben koorts. Het tij keren betekent radicaal veranderen. Maar in welke richting? Ik dacht dat we een wereld hadden gecreëerd waar de mens het beter heeft dan ooit te voren, maar paradoxaal genoeg voelen we dat onze systemen vastlopen. Vroeger was onze omgeving stabiel en relatief voorspelbaar. Een aantal dingen gebeurden bijna automatisch. De verticale autoriteit gaf legitimiteit aan de hiërarchie. Het management of de politiek stippelde uit wat nodig was. Wat beslist werd, regelde men via functieomschrijvingen, richtlijnen en procedures en werd vervolgens uitgevoerd. Vandaag is onze omgeving niet meer zo stabiel, eerder volatiel, onzeker, complex en ambigu. Onderwijs maakt deel uit van die VOCA-wereld. De externe druk op scholen en schoolbesturen is groot. Zie ook: https://yvesdemaertelaere.com/2018/10/25/onderwijs-in-beweging/

De omgeving is VOCA

  • Volatiel

Veranderingen volgen elkaar steeds sneller op en zijn radicaler. Wat vandaag hip is, is morgen passé. Stabiliteit is een illusie, continue verandering is de norm geworden. Hoewel ons onderwijs decennialang veel aanzien genoot, lijkt het tij te keren. De onderwijskwaliteit staat onder druk. Er zijn steeds meer leerlingen die de school verlaten zonder diploma of getuigschrift, die afhaken, gedemotiveerd zijn en spijbelen. Het aantal leerlingen dat moet zittenblijven, gaat de hoogte in. Bovendien zijn de klassen superdivers geworden. Leerlingen voelen zich niet meer goed op school en slagen er niet meer in om een gefundeerde studiekeuze te maken. Met andere woorden: het blijkt voor onze scholen steeds moeilijker om kinderen en jongeren goed te begeleiden doorheen hun schoolloopbaan.

Ook leraren hebben het moeilijk. Ze hebben het beste voor met hun leerlingen, maar vinden niet langer geschikte methoden en/of materialen om leerlingen degelijk te begeleiden. Er dreigt een lerarentekort, maar tegelijkertijd is langer werken voor vele leerkrachten niet eens aan de orde. 

Daarnaast zijn er nog maatschappelijke ontwikkelingen zoals de technologische en digitale evolutie, globalisering, demografische uitdagingen, arbeidsmarktevoluties en verschuivingen in jobs, nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent leren en levenslang leren,… Het gaat snel!

  • Onzekerheid

Doordat de voorspelbaarheid afneemt, is de toekomst onzeker geworden. Zijn we er ons van bewust dat we vandaag leerlingen opleiden voor een toekomst die we eigenlijk niet kennen? Welke competenties zullen ze nodig hebben en welke beroepen zullen er tegen dan zijn? En hoe bereiden we onze leerlingen daar op voor? En wat betekent dit voor de leerkracht en de opleidingen op school?

  • Complex

Die omgeving veroorzaakt complexiteit. Kinderen opvoeden en onderwijzen is complex geworden. Grenzen vervangen, realisaties en projecten worden steeds ingewikkelder. Ook het gehele leerproces verknippen in leerjaren en vakken zorgt voor een complexe organisatiestructuur. Bovendien nemen de onderwijsbehoeften en zorgnoden toe en stijgt de werkbelasting.

  • Ambigu

Uitdagingen en problemen hebben niet langer een eenduidige oplossing. Alles hangt samen. Mensen, toestellen, organisaties en markten zijn door de technologische vooruitgang en het internet met elkaar verbonden. Er bestaan verschillende zienswijzen voor eenzelfde probleem. De grenzen tussen de specialismen vervagen en eindtermen worden meer en meer geïntegreerd gerealiseerd.

Het antwoord is ook VOCA

We zijn allemaal op zoek naar oplossingen en elke school roeit met de riemen die zij heeft. Waarom zou wat gisteren nog goed werkte, vandaag niet meer werken? In het zoeken naar oplossingen blijven we hangen in wat we gewoon zijn. Kunnen we scholen organiseren zoals gisteren met de leerlingen van vandaag voor de toekomst van morgen? Einstein leerde ons al dat het waanzin was om steeds hetzelfde te blijven doen, maar toch andere resultaten te verwachten. De structuren, systemen en aanpak van gisteren leveren vaak niet meer de gewenste resultaten. De kwaliteit van onderwijs opkrikken door nadruk te leggen op taalbaden of centrale metingen is onvoldoende. De zesjescultuur bestrijden met een herwaardering van herexamens is té eenvoudig. Rechtstreeks vanuit de wetgeving of politiek ingrijpen in de job van leerkracht om die werkbaar te houden of tussenstructuren ontmantelen om zo meer leraren voor de klas te krijgen, is te simpel. Het is duidelijk dat een strategie uitwerken steeds moeilijker wordt.

Overheden, schoolbesturen en scholen botsen steeds meer op hun grenzen. Sommige problemen en vraagstukken zijn zo complex dat een sloganesk, eenvoudig populistisch antwoord geen soelaas biedt. Complexe problemen vragen genuanceerde antwoorden en zijn dus verrassend genoeg ook VOCA. Zijn jullie nog mee? Sta me toe dit toe te lichten.

  • Visie

Er is nood aan een duidelijke, enthousiasmerende visie op onderwijs die het vuur aanwakkert! De politiek bepaalt de contouren en geeft daarmee de richting aan. Schoolbesturen en scholen verdienen het vertrouwen en de autonomie om dit kader verder in te vullen. Creëer een echte mindshift en zorg ervoor dat de beslissingen zo laag mogelijk in de ‘organisatie’ liggen. Met een wegenkaart van deskundigheid en een gedragen visie als een kompas, houdt de school koers in woelig water. Leerkrachten als professionals die samenwerken in teams leveren een zinvolle bijdrage om alle leerlingen te excelleren. Het werk dat ze doen, is van betekenis. En daarover beslissen ze liever zelf!

  • Open Geest

Sta open en moedig vernieuwingen aan bij het zoeken naar oplossingen. Wees creatief en experimenteer in de manier van organiseren. Ontwikkel een integrale organisatievernieuwing door in te zetten op structuur, het ontplooien van het menselijk potentieel, ondersteunende systemen en een goede schoolcultuur. Wijk af van klassieke paden en werk eens eigentijds tegendraads (https://yvesdemaertelaere.com/2018/02/13/eigentijds-tegendraads-denken-hoe-doe-je-dat/). Ontdoe je snel van wat niet werkt. Leer van je fouten en begin opnieuw. Daag dus de status quo uit en innoveer. Denk systemisch zoals onze mieren (https://yvesdemaertelaere.com/2019/04/24/file-wil-de-eerste-eens-doorrijden-aub/)!

  • Coöperatief en cocreatief

De bureaucratische, hiërarchische onderwijsorganisatie heeft haar tijd gehad. Vandaag is er nood aan een flexibele onderwijsorganisatie met multidisciplinaire teams, die samenwerken voor een vaste groep van leerlingen over de leerjaren en de vakken heen. Nu de leerinhouden van de vakken meer dan ooit met elkaar interageren zullen leerkrachten nauw met elkaar moeten samenwerken om de leerlingen een passende ondersteuning te kunnen bieden. Ze werken interdisciplinair in team rond ‘communities’ van leerlingen. De leerkracht die ‘soloslim’ voor zijn klas staat, is niet meer van deze tijd. Ook zij botsen op hun grenzen van expertise en mogelijkheden. Voor goede oplossingen hebben ze de medewerking van de ouders, het CLB, de vrijetijdsverenigingen, (stage-)bedrijven, wijkagent, begeleiding,… nodig. Ook wetenschappelijk onderzoek dringt meer en meer door in het onderwijs en komt met suggesties. “It takes a village to raise a child.” Oplossingen voor complexe problemen zijn eerder het resultaat van een gezamenlijke aanpak.

Maar er blijven ook nog uitdagingen over die de school alleen niet opgelost krijgt. We zullen ook moeten samenwerken over de scholen heen waarbij het intra-organisatorisch denken plaats maakt voor inter-organisatorisch samenwerken. Op grote schaal organiseren is geen doel, maar een middel. Ze leidt niet vanzelf tot efficiëntiewinsten, maar is vooral een kans om beter onderwijs te organiseren en een meerwaarde te organiseren op netwerkniveau (bv. studieaanbod, loopbaan van de leerkracht,…).

  • Agile

Dit is het vermogen om wendbaar te zijn en snel te kunnen schakelen bij bedreigingen of opportuniteiten. Ga daarbij uit van meerdere oplossingen en vertrouw ook op je intuïtie. Zorg voor voldoende diversiteit in het team en variëteit in je netwerk van scholen. Leg daarom de bevoegdheden dan ook zo laag mogelijk. De leerkrachtenteams kunnen dan continu hun eigen processen bijsturen om resultaat te halen met hun leerlingen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, hebben de teams veel autonomie en regelvermogen nodig. Ze zijn zelfsturend, maar ook zelflerend en zelforganiserend.  

In het klassieke denken worden problemen nog te vaak fragmentarisch benaderd vanuit vakken, sectoren of onderwijsniveaus. In het politieke speelveld heersen vaak het kortetermijndenken, oneliners en slogantaal. Ik geloof dat maatschappelijke verandering begint bij een integrale verandering. Je kan deze afdwingen door overtuigend te communiceren en misschien heel wat mensen mee te krijgen. Maar je stelt daarmee de ene mening boven de andere omdat deze beter is. Dit leidt tot polarisatie en geen verbinding. Ik pleit voor een ‘sociale change’ met alle stakeholders dat leidt tot een nieuw onderwijspact over partijgrenzen heen. Het is het afsluiten van een nieuw mentaal contract in het onderwijs dat vertrouwen geeft dat leerkrachten, directies en schoolbestuurders de juiste keuzes kunnen maken, elk met hun eigen context. Daarbij zullen de partijen en stakeholders een afweging moeten maken tussen innovatie en vernieuwing in de VOCA-wereld versus het eigen gelijk, macht en controle.

7 gedachtes over “Hoe scholen het VOCA-tijdperk kunnen overleven

  1. Johan Van de Walle

    Ik ben een groot voorstander om de tussenstructuren toch wat te ontvetten. Zet deze mensen terug voor de klas. Zij hebben de knowhow en hebben de jongste jaren de leerkrachten vaak voorgehouden wat zij dienden te doen. Nu kunnen ze het bewijzen. Ik zal hen in ieder geval aanmoedigen. Volgens uw inzicht moeten de beslissingen toch genomen worden op het laagste niveau. Indien de leerkrachten de beslissingen nemen, kan de tussenstructuur misschien zelf verdwijnen.

    Like

    • Inderdaad moeten beslissingen niet steeds hoger in de hiërarchie geduwd worden. Maar dat betekent niet dat alle tussenstructuren slecht werk leveren (sommige wel natuurlijk :-)). Ze zijn mogelijk zinvol indien ze werk doen dat elke school apart niet gerealiseerd krijgt wegens te complex. Daarnaast is het misschien wel een idee om al die mensen opnieuw voor de klas te zetten om het lerarentekort op te lossen, maar misschien niet wenselijk voor de betrokkene en leerlingen in kwestie. Sommigen zijn misschien de klas (jammergenoeg) ontgroeid en was dat eerder een vlucht? Het is een signaal dat we moeten nadenken over het gehele ecosysteem rondom de school en zo weinig mogelijk in tussenstructuren moeten organiseren, tenzij het een meerwaarde levert. Daarnaast is er dringend nood aan een loopbaanplan voor leerkrachten waardoor ze gedurende de loopbaan verschillende rollen kunnen opnemen waar ze van dienst kunnen zijn.

      Like

      • Johan Van de Walle

        Ik kan maar hopen dat de minister jouw reactie niet leest. Als het voor sommigen in de tussenstructuur een vlucht uit de klas was, zijn dat wel dure vogels. En ik kan me niet goed voorstellen dat een begeleider de klas ontgroeid is? Ik vind dat elke begeleider een specialist moet zijn in zijn vak en onmiddellijk zijn theorie moet kunnen toepassen in een klassituatie.

        Like

      • Het is voor mij geen zwart-wit-verhaal van alles of niets. Door tussenstructuren af te schaffen, los je het lerarenprobleem niet (helemaal) op en geef je de scholen plots niet zoveel extra middelen dat ze het werk zelf kunnen opnemen. Ik pleit voor een genuanceerdere aanpak, zowel voor de structuur als voor de mensen die het werk leveren, maar evengoed voor het soort werk dat we best wel of niet meer doen. En daarvoor verwijs ik naar enkele andere blogteksten.

        Like

  2. Johan Van de Walle

    In mijn eerste reactie had ik het over ‘de tussenlaag’. Ik ben ervan overtuigd dat daar meer te besparen valt dan de schrijver van het artikel in zijn reacties weergeeft. Als u natuurlijk zelf deel uitmaakt van deze ‘schimmellaag’ zoals de Nederlanders dat zo mooi omschrijven, is het nogal evident dat u niet zo graag bereid bent om deze laag in vraag te stellen.

    Maar nu wil ik ingaan op de inhoud van het artikel. En ik beperk met tot de paragraaf ‘onzekerheid’. U schrijft: “Zijn we er ons van bewust dat we vandaag leerlingen opleiden voor een toekomst die we eigenlijk niet kennen? Welke competenties zullen ze nodig hebben en welke beroepen zullen er tegen dan zijn?”. Dit is natuurlijk niet alleen van deze tijd. Ik ging naar school vanaf 1960 tot 1975. Toen konden de leerkrachten de toekomst ook niet voorspellen. Maar ze leerden me lezen, schrijven, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie,…. In het middelbaar in het Sint-Laurensinstituut in Zelzate werd dat talen, wiskunde, wetenschappen. De leerkrachten legden toen ook sterk de nadruk op attitudevorming. Inhibitie, doorzettingsvermogen, nauwkeurigheid, stiptheid,…. Als ik er nu op terugblik: de school van de Broeders van Liefde was toen leerstofgericht, wereldgericht en ze vormden onze persoon. Als ik het met de woorden van Dirk van Damme zou zeggen: de broederschool was sterk in foundation skills. (geletterdheid, gecijferdheid en wetenschappelijke geletterdheid) . Volgens Dirk van Damme moeten we ons niet de vraag stellen welke competenties zullen er nodig zijn voor bepaalde beroepen. De school van vandaag moet net als de school van gisteren sterk zijn in het ontwikkelen van de foundation skills. Dus sterk kennisgericht. En hij voegt er nog aan toe: ook sterk in niet cognitieve competenties zoals taakgerichtheid, zelfcontrole, verantwoordelijkheid en doorzettingsvermogen (uit de toespraak van Dirk van Damme aan het Kulak in maart 2018)
    Ik kan maar hopen dat de broederschool in Zelzate vandaag de leerlingen voldoende kennisgericht is als toen ik er school liep. Het VOCA-antwoord stelt me in ieder geval niet gerust.

    Like

    • Fijn, zo zijn onze scholen Broeders van Liefde nog steeds! In één van de volgende blogs ga ik ook even in op die kennis. Want vergis je niet, ik onderschrijf dat er meer dan ooit kennis zal nodig zijn, maar ook bruggenbouwers tussen die kennisdisciplines. Later meer :-).
      Tegelijk nog even rechtzetten dat ik zelf niet behoor tot de schimmellaag, maar mijn verantwoordelijkheid als professioneel schoolbestuurder passioneel vervul. Tot later.

      Like

  3. Johan Van de Walle

    Een bedenking bij het stukje ‘een open geest’. Hoe kinderen leren is vanuit de cognitieve psychologie al grondig bestudeerd. Je hoeft daarom niet altijd John Hattie te lezen. In de boeken van Pedro De Bruyckere lees je op zeer bevattelijke manier wat werkt en wat niet. Ook in het gratis te downloaden boek ‘Op de schouders van reuzen’ van Paul A. Kirschner vindt elke leerkracht inzichten die zijn praktijk kunnen verrijken. Ik sta daarom wat huiverig tegenover het ‘geëxperimenteer’ waar volgens u de scholen nood aan hebben. Een degelijk wetenschappelijk experiment opzetten kost veel middelen en professionele ondersteuning. Ik beklaag niet alleen de leerkrachten die lichtzinnige experimenten moeten ondergaan (en ze dan vlug moeten stopzetten als ze niet werken). Ik beklaag vooral de kinderen en leerlingen die eraan onderworpen worden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s