Brief aan Yves: De hoopvolle lens

Standaard

Vlak voor de zomer namen twee collega-begeleiders (stafmedewerkers coadjutor identiteit en godsdienst) het initiatief om met mij een diepgaand, sereen gesprek te voeren over identiteit en spiritualiteit. Aan de hand van zes vragen kregen ze me ruim twee uur aan de praat. Ik vertelde meer dan me lief was, omdat er een veilige en vertrouwelijke sfeer werd gecreëerd. Wat zijn mijn inspiratiebronnen? Waarom doe ik het? Welke boodschap blijft me bij? Welke zin wil ik geven? Waarin herken ik de identiteit van de organisatie? Wat zou ik willen veranderen? De kern van ons gesprek werd samengevat in een specifiek beeld, met een dieperliggende boodschap: het beeld van een fotograaf die in een museum op zoek gaat naar een foto van een schilderij voor de cover van een boek. Even later stuurden ze me ook een brief, met daarin een bijbehorend verhaal vol symboliek. Ik deel het graag op deze blog, omdat het mij heeft geraakt. Omdat het niet altijd technisch, beleidsmatig of strategisch hoeft te zijn. Omdat een verhaal ook heel veel kan vertellen.

De hoopvolle lens

Er was eens een befaamde fotograaf genaamd Bert, die bekend stond om zijn verbluffende beelden en ongeëvenaarde vermogen om emoties vast te leggen. Op een dag kreeg hij een bijzondere opdracht: het fotograferen van het beroemde schilderij ‘De Irissen’ van Van Gogh, dat op de cover van een boek over kunst zou komen.

Vol enthousiasme begaf Bert – zelf grote fan van Van Gogh – zich naar het museum waar het meesterwerk werd tentoongesteld. Hij liep de zalen door, geobsedeerd door technische details zoals belichting en compositie. Maar hoe hard hij ook zijn best deed, het leek alsof de essentie van het schilderij aan hem ontsnapte. De penseelstreken van Van Gogh dansten voor zijn ogen als grillige geesten, ongrijpbaar en vluchtig. Hij probeerde elke nuance, elke kleurschakering vast te leggen, maar telkens miste hij net datgene wat het schilderij zo bijzonder maakte. Het werd een obsessie voor Bert. Dag en nacht dacht hij aan ‘De Irissen’.

Teleurgesteld en in verwarring vroeg hij de curator om informatie. Maar alle historische feiten en academische analyses brachten hem alleen maar verder weg van zijn doel. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van Van Gogh, zijn technieken, zijn leven. Hij bestudeerde elk detail van het schilderij en analyseerde het met een wetenschappelijke precisie. Maar hoe meer hij zich verloor in zijn zoektocht naar perfectie, hoe verder hij afraakte van de ziel van het werk. Hij voelde zich steeds verder verdwalen in een doolhof van details en miste de connectie met het werk dat hij wilde vastleggen.

Besluiteloos en ontmoedigd wendde Bert zich tot de restaurateur van het museum, een wijze en ervaren vrouw die gespecialiseerd was in het werk van Van Gogh. Hij hoopte dat deze expert hem zou kunnen helpen de technische aspecten van het schilderij te begrijpen. Maar tot zijn verbazing werd hij overspoeld door een overvloed aan technische informatie die hem alleen maar meer verward maakte.

Volledig ontredderd ging Bert zitten op een bankje in de hoek van de zaal waar ‘De Irissen’ werd tentoongesteld. Terwijl hij zijn gedachten probeerde te ordenen, merkte hij een oude vrouw op die al die tijd stilzwijgend naar het schilderij had gekeken. Er ontstond een gesprek tussen hen, en Bert deelde zijn frustratie over zijn onvermogen om de ware schoonheid van het schilderij vast te leggen.

De oude vrouw glimlachte vriendelijk en zei: “Mijn jonge vriend, je richt je te veel op het schilderij zelf. Maar het gaat niet alleen om de technische aspecten of de perfecte reproductie. Het gaat om het gevoel en de boodschap die de schilder wil overbrengen.” Bert keek de oude vrouw verbaasd aan. De vrouw vervolgde: “Welk gevoel roept het schilderij bij jou op?”

Na een moment van bezinning antwoordde Bert: “Ik zie hoop in het schilderij. De hoop op de lente en de bloemen die ik als boeket wil geven aan de liefde van mijn leven.” De oude vrouw knikte begrijpend en zei: “Precies! De hoop is immers het brutale broertje van de liefde. Je hebt de essentie begrepen.”

Plotseling voelde Bert een vonk van inspiratie. Hij besloot niet langer te proberen het hele schilderij te fotograferen, maar in plaats daarvan legde hij de helft ervan vast, met de oude vrouw op het bankje voor het schilderij. Hoewel de compositie onvolledig was, was de boodschap die hij wilde overbrengen duidelijk.

De foto werd een hit. De eenvoud en de kracht van het beeld raakte de mensen. Het inspireerde hen om hoop te vinden in de kleinste gebaren en momenten van het leven. Bert leerde een onschatbare les over de ware aard van kunst. Dat de magie van kunst niet schuilt in perfectie, maar in de menselijke emotie die het oproept. Het is de kwetsbaarheid, de imperfectie, die een kunstwerk echt tot leven brengt. En met die wetenschap in zijn hart nam hij de beslissing om de wereld zijn eigen unieke interpretatie van ‘De Irissen’ te tonen, een interpretatie vol gevoel, betekenis en de hoop op een nieuw begin. En dat alles kwam door een vonkje tijdens een gesprek waar hij anders te weinig tijd voor zou maken …

(Met dank aan Pieter Busschaerts en Inse Van Rossom pedagogische begeleiders/coadjutoren Broeders van Liefde, gesprek 29 juni 2023)

Verwachtingen mogen hoog liggen

Standaard

Verwachtingen mogen hoog liggen. Die boodschap weerklonk bij de start van het schooljaar in het welkomstwoord aan onze scholen. Een poging om een rode draad te vinden en betekenis te geven aan zoveel engagement en passie  in het onderwijs. We zouden bijna vergeten dat al onze leerkrachten en directies ‘nu’ bezig zijn met het beste te doen, vaak in moeilijke omstandigheden. Maar midden in de kakofonie van losse ideeën, zorgen en klachten over ons onderwijs, is het wel tijd om kritisch te kijken naar het gehele systeem. Durven we de vraag stellen om de status quo uit te dagen? Onderwijs als sleutel tot (gelijke) kansen en sociale mobiliteit lijkt zijn glans te hebben verloren. Enkel diploma’s als bewijs van papieren (schoolse) prestaties staan niet meer garant voor welvaart en welzijn (https://yvesdemaertelaere.com/2021/11/10/onderwijskwaliteit-aanpakken-pak-de-systeemfout-aan/). Het lijkt erop dat we – in globo – geen vooruitgang meer boeken met ons onderwijs, ondanks zeer veel goede voorbeelden en een ongebreidelde, goed bedoelde inzet. Het gelijkekansenbeleid heeft mogelijk paradoxale gevolgen, waar net de meest kwetsbare leerlingen te weinig voordeel uit halen. Enerzijds drempels verlagen en anderzijds hoge(re) verwachtingen stellen, kan ons onderwijs effectiever en efficiënter maken.

Op-voeden zorgt voor het opwaartse in onder-wijs

Negatieve berichten over ons onderwijs overstemmen zoveel goede praktijken in onze scholen. Tegelijk valt het niet te ontkennen dat onderwijs een diplomafabriek is geworden en steeds minder een kansenfabriek of een integratiemotor. Opvoeden is inherent verbonden aan onderwijs en houdt een opgaande beweging in, met nadruk op ‘op- ‘voeden. Onderwijs als sociale lift gebruiken om hele bevolkingsgroepen hoger te tillen, lukt evenwel niet meer goed. Opvoedings- en onderwijsidealen zijn veranderd. Eerst werden verschillen tussen sociale klassen bestendigd door de organisatie van diverse onderwijsvormen en opleidingen, om daarna via een gelijkekansenbeleid opnieuw te nivelleren. Onder mom van gelijkwaardigheid probeert men het negatieve imago van sommige richtingen of onderwijsvormen te bestrijden, terwijl er nog nooit zoveel aandacht is geweest voor het streven naar excellentie en topscholen. Alles wordt in het licht geplaatst van ‘toekomstig succes bereiken’. Vandaag blijft er nochtans veel talent onderbenut! En dat heeft zo zijn gevolgen voor het individu (laag welbevinden, kansarmoede, (mentale) gezondheidsproblemen, vervreemding, verzuring, polarisering …). Ze draagt bij tot extra complexiteit binnen onze samenleving. Een leerkracht kan wel degelijk een verschil maken door hoge, realistische en uitdagende verwachtingen te stellen.

Ontwikkeling onder controle?

Door een cultuur van testen en labelen wordt elk kind vanaf de geboorte afgezet tegenover bepaalde curves. Dit schept de illusie dat we ‘de ontwikkeling’ in kaart hebben, omdat we voor bijna alles (kritische) prestatiecriteria hebben gevonden om af te zetten tegenover een ideaalbeeld. Onder mom van ‘tijdig ingrijpen’, wanneer er van de norm wordt afgeweken, is het gevolg dat we hebben geprobeerd te beschrijven wat een normaal kind is en hoe die zich dient te gedragen. De realiteit is anders waardoor heel wat leerlingen rondlopen met een label, om zo enkele voordelen in ondersteuning te verkrijgen. Dat goedbedoelde maatwerk heeft eigenlijk eerder de vooroordelen aangescherpt en de prestaties beïnvloed omdat het verwachtingen heeft gecreëerd. Leerlingen hebben snel door in welk soort groep of ‘hokje’ ze zitten.

Lage drempels

Vanuit ons beleid en opvoedingsproject zijn we ervan overtuigd dat onze leerkrachten (veel) begrip tonen voor allerlei zorgproblematieken en (moeilijke) thuissituaties van leerlingen of anderen. De voorbije jaren is dit flink toegenomen. En dat gaat over meer dan een lege brooddoos! Sommigen slepen een zware rugzak mee. Het ligt in het verlengde van onze missie (https://broedersvanliefde.be/missie) om rekening te houden met kwetsbare personen en/of situaties en buitengewone vragen. Die mooie eigenschap mag evident niet verward worden met het stellen van lage(re) verwachtingen vanuit een soort compassie of tegemoetkoming. Scholen moeten evenmin al die problemen in de samenleving willen oplossen. Dat zorgt voor een hoge mentale druk in het onderwijs. Wel moeten we ervoor zorgen dat elke leerling – ongeacht de thuissituatie – de kans krijgt (en wordt aangezet om ze te grijpen) om ergens in uit te blinken, in lijn met zijn/haar talent. De drempels mogen laag zijn om toe te treden of eraan te beginnen. Zowel hooggeschoolde als kortgeschoolde ouders kiezen vanuit hun eigen perspectief het beste voor hun kind. En die keuze is vaak doorspekt met vooroordelen en onwetendheid. Het gamma van studierichtingen waaruit kansrijke gezinnen kiezen, is vaak breder dan het perspectief van minder kennisrijke contexten. Dat heeft mogelijk in de voorbije decennia een rol gespeeld in de daling van het onderwijsniveau en de toename van de ongelijkheid in onze maatschappij.

De onderwijshervorming als antwoord is een ideologische strijd geworden. Is Nederlands de enige schooltaal of krijgt thuistaal ook een plaats in de meertaligheid? Onze Vlaamse taal blijft evenwel uitermate belangrijk om te leren, werken, communiceren … en moet zeker versterkt worden, inclusief de stap naar een beter (begrijpend) lezen op school en thuis. We gaan het niveau niet opkrikken door schoolbibliotheken af te schaffen of culturele filmfora op school te annuleren of stilte- of bezinningsdagen te schrappen in ruil voor meer lessen. Toch dringt er zich een evaluatie op van vele activiteiten en werkgroepen op school waar leerkrachten en leerlingen toe uitgenodigd worden. Zijn de inspanning en tijdsbesteding in verhouding tot het aantal leerdoelen dat bereikt wordt? Draagt het bij tot de essentie van menswording in al zijn facetten? En dat begint met het leggen van een stevige basis in de basisschool (inclusief de kleuterschool), een goede oriëntering in de eerste graad en verdieping van kennen en kunnen in de derde graad van het secundair.

Stel hoge verwachtingen

Verwachtingen die leerkrachten koesteren van hun leerlingen hebben wel degelijk invloed op de leerprestaties. Het is immers aangetoond dat leerlingen zich naar die hoge verwachtingen gedragen waardoor ze eigenlijk beter presteren (en vice versa). Onbewust spelen vooroordelen of sloganeske, stereotype formuleringen over leerlingen uit kansarmere milieus (in de brede zin) of leerlingen met bepaalde socio-economische kenmerken een grote rol. De valkuil bestaat om bij die leerlingen minder verwachtingen te stellen, minder door te vragen bij redeneeroefeningen, vlugger tevreden te zijn bij het begin van een goed antwoord, enz. Het is belangrijk op te merken dat het lesgeven vanuit hoge verwachtingen niet betekent dat leraren onrealistische of onredelijke druk op leerlingen moeten leggen. Het gaat erom dat leraren het potentieel van elke leerling erkennen en hen aanmoedigen om hun best te doen en hun persoonlijke doelen na te streven.

Lesgeven vanuit hoge verwachtingen is een onderwijsbenadering waarbij leraren hoge, realistische en uitdagende doelen stellen voor hun leerlingen. Het gaat erom dat leraren geloven dat alle leerlingen in staat zijn om te leren en te slagen, ongeacht hun achtergrond, vaardigheden of beperkingen. Deze benadering gaat verder dan alleen het overbrengen van kennis en vaardigheden; het gaat ook om het creëren van een positieve en ondersteunende omgeving waarin leerlingen worden aangemoedigd om hun volledige potentieel te bereiken. Zo’n benadering omvat verschillende aspecten:

  • Het bewustzijn dat hoge verwachtingen kunnen bijdragen aan betere kwaliteit van onderwijs, is een belangrijke stap. Inzetten op professionalisering van het pedagogische en didactische beleid op school faciliteert hierbij.
  • Een professionele leerkracht is zich bewust van die verwachtingen naar leerlingen door de handelingen die worden gesteld en de relatie die de leerkracht opbouwt met de leerling. Leerkrachten die bij elkaar hospiteren en daarna samen reflecteren over didactische handelingen en non-verbale communicatie kunnen die verwachtingen zichtbaar en bespreekbaar maken. De manier waarop over leerlingen wordt gesproken, de gesprekstoon en non-verbaal (oogcontact, glimlach …) gedrag verklapt soms onbewust je verwachting. Creëer daarom een open cultuur binnen je team.
  • Om de intrinsieke leermotivatie te verhogen vertrekt lesgeven (vanuit hoge verwachtingen) vanuit passende, ambitieuze maar haalbare doelen voor elke leerling. Ze aanmoedigen om te streven naar uitmuntendheid en hen ondersteunen bij het stellen van realistische subdoelen. Tijdens het leerproces ontvangen ze daarbij regelmatig feedback om bij te sturen. Dat is dus verschillend van meer of moeilijkere toetsen of repressief handelen.
  • Leraren zorgen voor een gepaste didactiek (instructie, feedback …) en een ondersteunende leeromgeving waarin leerlingen worden begeleid om obstakels te overwinnen. Instructies worden aangepast om tegemoet te komen aan de individuele behoeften; enerzijds extra uitdagingen voor leerlingen die meer gevorderd zijn en anderzijds extra ondersteuning aan leerlingen die dat nodig hebben. Een gepaste leeromgeving nodigt leerlingen uit om in een psychologisch veilige omgeving vragen te stellen, risico’s te kunnen nemen, zich kwetsbaar te kunnen opstellen en actief deel te nemen aan het leerproces. Fouten en tegenslagen dienen niet om te demotiveren of te bestraffen, maar om leerkansen te creëren. Tel goede punten op en trek geen punten af per fout.
    • Werk vanuit een groeimindset en beschouw cognitieve intelligentie als iets dat ontwikkeld wordt door hard te werken en door te zetten. Cognitieve intelligentie moet dus getraind worden. Vraag dus verder door om de leerling uit te dagen, (vooral) ook bij leerlingen waarvan je mogelijk lagere verwachting hebt. Dat vraagt wat geduld en oefening.
    • Om vanuit hoge verwachtingen les te kunnen geven, worden leerlingen best flexibel in groepen ingedeeld en niet in vaste niveaugroepen. Leerlingen kunnen samen gezet worden in functie van leerdoelen die moeten bereikt worden. Bv. reken- of wiskundelessen kunnen de ene keer ingedeeld worden volgens doel (cf. talent) of de andere keer volgens beginsituatie van het lesonderwerp. Zo voorkom je dat leerlingen het gevoel krijgen dat ze onderverdeeld zijn in een structuur, puur gebaseerd op wat ze kunnen (bv. B-klas is zwakker dan A-klas …).
    • Autonomie-ondersteunend lesgeven waarbij we kinderen zelfregulerende vaardigheden aanleren, kan bijdragen aan een hoger niveau van het verwerken van een opdracht.
    • Start het schooljaar door met een open blik naar de leerling te kijken en wees alert voor de manier waarop we informatie over de leerlingen aan collega’s doorgeven (bv. in klassenraden). Dat kan de verwachting van de (nieuwe) leerkracht onnodig of nadelig beïnvloeden. Hou je daarom bij feiten en geef niet jouw interpretatie van gedrag door. Beperk je tot informatie die jouw collega echt moet weten en ga minstens zelf in dialoog met de leerling (en hun ouders) die je coacht.

Hoge verwachtingen koesteren is geen ode aan het idee dat (persoonlijk) succes steeds binnen handbereik ligt, mits je genoeg inzet toont. Het gaat eerder over het erkennen van de buitengewone veerkracht die leerlingen tonen wanneer ze van jongs af aan, of vanuit hun achtergrond, geconfronteerd worden met problemen en/of een ongelijk vertrekpunt in het leven.